
Het oplossen van het probleem met de “koude gebieden” in complexe glasproducten
Als je ooit hebt gewerkt met complex gevormd glas of voorwerpen met vreemde afmetingen, weet je hoe lastig het kan zijn om ze te drogen in traditionele convectiekachels. De lucht beweegt niet op de manier die je wilt: de lucht bereikt de smalle delen en diepe onderdelen van het glas niet. Hierdoor ontstaan er “dode zones” waar het glas te koud blijft. Tijdens het koelen stapelt zich intern stress op, waardoor het glas uiteindelijk breekt. Dat is erg jammer.
Waarom infrarood licht werkt
Om dit probleem te omzeilen, gebruiken we kortegolflengte-infraroodlampen. Infrarood licht heeft geen lucht nodig om warmte over te dragen; het reist in een rechte lijn en raakt rechtstreeks het glasoppervlak. We plaatsen meerdere lampen in verschillende hoeken, zodat er een laag warmte rondom het glas wordt gecreëerd. Op deze manier bereiken de bodem en de rand van het glas tegelijkertijd de gewenste temperatuur. Geen geraden meer nodig.
Het juiste apparaat kiezen
Voor glas met dikke wanden heb je veel warmte nodig. Dat betekent dat je hoogwaardige kwartsbuizen moet gebruiken. We kiezen meestal hiervoor, omdat ze de warmte snel kunnen overdragen. Je wilt immers voorkomen dat het glas te lang in een gevaarlijke temperatuurstatus blijft. Om stabiliteit te behouden, gebruiken we kwartsbuizen die gevuld zijn met halogeen.
Wees echter voorzichtig met de stroomsterkte. Een apparaat met hoge stroomsterkte doet het werk snel, maar het legt veel druk op het elektrische systeem. Als je per lamp 2000 watt of meer gebruikt, controleer dan goed je bedrading en beschermingsrelais. Je wilt immers niet dat het apparaat stoppen tijdens het proces.
Installatie
We gebruiken standaard R7- of SK15-aansluitingen. Waarom? Omdat ze gemakkelijk te gebruiken zijn. Wanneer een lamp kapotgaat, hoef je hem alleen maar uit te halen en er een nieuwe in te zetten. Er is geen behoefte om de hele installatie opnieuw te bedraadden.
Eén tip: infrarood licht werkt alleen als er geen obstakels zijn tussen de lamp en het glas. Als het glas grote uitsteeksels heeft, kan de lamp het gebied daaronder niet bereiken. Het is net alsof er een schaduw is, maar dan koud. Om dit op te lossen, moet je de hoeken aanpassen of een reflecterend element gebruiken om de warmte naar die verborgen plekken te sturen. Anders blijven de problemen met de koude gebieden bestaan.